springvorm 24 cm
300 gram zelfrijzend bakmeel
1 ei
200 gram koude boter
160 gram gezeefde witte basterdsuiker
(of 110 gram witte basterdsuiker + 2 afgestreken eetl. citroenrasp van dr Oetker)
1 theelepel zout
1 ruime kilo appels, goudrenetten of jonagold (zachtzure appels)
50 gram suiker
50 gram rozijnen
50 gram krenten
2 à 3 theelepels kaneel
1,5 theelepel citroensap
slagroom
Laat de rozijnen en de krenten wellen in water. Verwarm de oven voor
tot 180 graden. Vet de vorm in. Klop het ei los met een vork. Snijd de
koude boter in dobbelsteentjes. Meng de in stukjes gesneden appel met de
suiker, de uitgeknepen rozijnen en krenten, kaneel en het citroensap
Deeg bereiden:
Doe het bakmeel de basterdsuiker, de boter het zout en 2/3 van het ei in een
kom.
Kneed met de hand (mixer) tot een samenhangend deeg.
Gebruik ¾ van het deeg om de vorm te bekleden. Maak opstaande randen van 3 cm.
(variatie: strooi een dun laagje (2 eetl.) custard over de bodem of
een dunne laag amandelspijs.) Verdeel het appelmengsel over de met deeg
beklede vorm. Vorm van het resterende deeg dunne rolletjes, druk ze iets
plat en leg ze in ruitvorm op de appeltaart (of verkruimel het
resterende deeg over de taart). Bestrijk de ruitvorm (of de kruimels)
met de rest van het ei.
Bakken:
Bak de appeltaart in ca 1 uur en 15 min. gaar en goudbruin. Laat de
appeltaart in de vorm afkoelen tot de korst stevig is en verwijder dan
pas rand.
Aangepast recept voor Judith en Inge: 100% plantaardige margarine (bv
AH) + géén ei! eventueel bovenkant besmeren met abrikozenjam